Tips voor ‘zeurende’ kinderen op de camping

In Familiecamping, Kindercamping, Terugkijken, Voorbereiding door Muriël Boucherie

“Ohh, ik ga het tegen mama zeggen!” En hop, weg is het kind. “Jij begon!” “Nietes, jij!” “Nietes, JIJ!” “Jij begint ALTIJD!” “Muri-eeeeel, wie begon?” We kennen het allemaal: vermoeide kinderen die van gekkigheid niet weten wat ze met de hoge temperaturen en de aanwezigheid van zoveel andere kinderen aan moeten. Middagslaapjesskippers die het zwembad in geduwd worden door hun oudere broers en zussen en het op een krijsen zetten. Zogenaamde leeuwtjes op de trampoline, die hun nagels in andere kinderen zetten. Gejammer. Net gearriveerde broertjes en zusjes die uit verveling na zo’n lange rit elkaar beginnen te irriteren. Kinderen zijn hartstikke leuk en lief, maar er zijn van die momenten…

Een komen en gaan

Nu ik het aantal zeurende of boze kinderen dat ik tijdens een activiteit heb gezien, probeer te tellen, kom ik niet verder dan vijf. De eerste drie liepen boos weg om hun zussen te gaan verlinken, de vierde was ziek en moe en werd door zijn broer terug naar de tent gebracht en de vijfde heb ik zelf weggestuurd. Het wegloopgehalte was denk ik wel bovengemiddeld hoog, omdat alle kinderen op de doorreiscamping zelf de weg konden vinden naar de highlights: speeltuin (op het centrale veld), zwembad, toiletgebouw (op het centrale veld), eigen plaats en in sommige gevallen ook mijn caravan. Kun je niet tegen je verlies tijdens een potje pétanque? Dan mag je uithuilen bij de animatrice, maar die heeft nog tien andere kinderen om haar aandacht over te verdelen, dus ja, wat doe je dan – je gaat naar je ouders. Het omgekeerde gebeurde ook vaak genoeg: kinderen die het saai vonden worden bij de caravan of net aangekomen waren, kwamen op het geluid af en voegden zich bij de animatiegroep. Zodoende was het een komen en gaan van kinderen en was er vrijwel altijd een leuk aantal om een activiteit mee te doen.

Het “ik ga het tegen mama zeggen”-scenario

Laat ik eens twee scenario’s uitlichten die zich voor kunnen doen. Het eerste is het makkelijkste scenario. Je bent bezig met je miniclub, een kind (dat eigenlijk net iets te jong is om mee te knutselen…) pakt een kwast van een ander kind af en het zogenaamde slachtoffer roept het heftigste kinderdreigement dat er is: “Ik ga het tegen mama (of papa) zeggen!”, meestal gevolgd door een woest weglopende vijfjarige, die je een kwartiertje later weer ziet verschijnen met een lach van oor tot oor op zijn gezichtje. Heb je niet het geluk dat je camping zo klein is dat kinderen blind de weg naar hun emplacement kunnen vinden, dan zul je dit probleem zelf moeten oplossen, bijvoorbeeld door een nieuwe kwast te pakken en simpele sterretjes of bloemetjes te tekenen op een leeg papier. Wat je doet, maakt niet zo veel uit, zolang je maar de aandacht verlegt van het probleem naar iets nieuws. Kinderen doen op een bepaalde leeftijd alles van je na, dus je zult zien dat het hele kwastenprobleem in no-time verleden tijd is.

Het irritant-blijven-doen-scenario

Zoals ik net al schreef, heb ik slechts één keer een kindje weggestuurd. Nee, niet om een lesverwijderingsbriefje ;), maar gewoon weg van de knutselclub, om even te ont-irritanten. Dit raad ik je overigens niet aan om te doen, want je weet niet van tevoren hoe de ouders hierop reageren. Eerst een situatieschets: mijn miniclub was meestal op de overgangsruimte tussen het kleine terras voor de gasten en het soort van terras dat bij het huis van de campingbazen hoort. Hier hing een rood bordje met witte horizontale streep voor, waar alle kinderen zich braaf aan hielden. Hun beweegruimte was beperkt tot het terras voor de gasten (en de speeltuin, maar daar was een heg voor), dat natuurlijk uitnodigde om met verfhanden en zelfs -kwasten op rond te gaan rennen.

Meestal was ik op tijd met het hondencommando: “Hierrrrr blijven!” voor kinderen die dit van plan waren, maar, je raadt het al, deze ene keer was dat niet het geval en was er een verfklodder op de stenen vloer van het terras beland. Ik voelde me net Mister Bean toen hij een schilderij probeerde te redden waarop hij zelf een vlek had gemaakt… Het ging van kwaad tot erger. Van bruin met een groen vlekje werd een gedeelte van de stenen lichtbruin met een groene vlek en uiteindelijk lichtbruin met wit en een groene waas. Nadat ik de vlekkenmaker had toegesproken, bleef hij nota bene rondrennen met een kwast. Ik pakte de kwast uit zijn handjes, liet hem weer de vlek zien en legde opnieuw uit dat de baas van de camping boos zou worden als er nog meer vlekken kwamen – “Dus laat de kwasten bij de knutseltafel, afgesproken?”, hij knikte en zei sorry – klaar, dacht ik. Maar nee, hij pakte een nieuwe drupkwast en begon rondjes om me heen te snelwandelen, terwijl hij een lied met vieze woorden schreeuwzong. En dat betekent: wegwezen.

Gelukkig vonden zijn ouders het terecht dat ik hem had weggestuurd en ze vroegen bezorgd of de baas heel boos was geworden. Het jongetje bood zijn excuses – deze keer gemeend – aan en het was weer goed. We gingen samen naar de vlekken kijken en concludeerden dat het niet zo erg was, waar de campingbaas zich bij aansloot 🙂

Tips om gedoe voor te zijn

Er kunnen zich nog meer vormen van irritatie, vermoeidheid en gezeur voordoen, die meestal wel zijn te voorkomen door:

  • Wedstrijdjes grappig te maken. Hoe duidelijk het ook is dat campingsporten niet te vergelijken zijn met de Olympische Spelen – veel fanatieke kinderen willen dit niet geloven en gaan volledig op in de strijd. Laat ze onder een gekke naam meedoen aan een tafeltenniscompetitie, laat een iedereen meedoen die door iedereen gespeeld kan worden, waardoor de onderste op de ranglijst toch een succeservaring heeft, of laat iedereen ineens met zijn verkeerde hand spelen of gooien.
  • Een muziekje op te zetten. Wie niet meer wil meedoen, kan gaan dansen of dj gaan spelen. Een Frans kindje het Wilhelmus horen zingen, is plotseling veel leuker dan een potje wie scoort, is keep: “Wiel-ellemus vah Nasswhauwè, ben iek vah Djuitsen… – ?”
  • De oudere broers en zussen een “belangrijke” rol te geven. Doe je een activiteit met een groep kinderen van verschillende leeftijden, geef de oudere kinderen dan de tijdelijke titel Hulp-Animator/-Animatrice (of iets anders) en verleg zo de aandacht van het irriteren van de jonkies naar het voorbeeld-zijn.
  • zelf altijd minstens zo vrolijk te zijn als het poppetje op je shirt! Jouw enthousiasme heeft een directe uitwerking op de kinderen en als alles leuk, grappig en gezellig is, dan is er niet eens ruimte voor gezeur 😀

Zoals ik al schreef in het dikgedrukte stukje, is het vooral ontzettend leuk om in de Franse zon te spelen, sporten, dansen, knutselen en lachen met allerlei soorten kinderen. Daarmee wil ik dit blog graag toch nog een positief einde geven. À la prochaine!

X



Onze blogger
Muriël Boucherie

Muriël Boucherie

Bonjour à tous! Mijn naam is Muriël, ik ben studente en lerares Frans, en in de zomer van 2017 heb ik als enige animatrice op een doorreiscamping in de Ardèche gewerkt. Ook ben ik Blogger van het Jaar geworden :) Veel leesplezier!

Iets voor jou? Check onze laatste vacatures.


Delen maar!