voetballen op camping animatie

De Franse politie werkt echt als Louis de Funes

In Familiecamping, Over Frankrijk, Sport, Troubleshooter door Liz Zoetekouw Comments

Al lange tijd wil ik een blog schrijven over mijn (overigens enige) ervaring met de Franse politie. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.

Het begon allemaal met een voetbalwedstrijdje buiten het campingterrein. Het was mijn vrije middag, dus ik had het wedstrijdje niet gepromoot en de groep was kleiner dan normaal. De wedstrijd werd gadegeslagen door Franse hangjeugd, die het vooral druk had met roken en telefoons.

Bellen

Jammer genoeg bleek dat de aandacht van de jongeren zich niet beperkte tot hun eigen telefoons. Aan het eind van de wedstrijd meldde een van de campinggasten dat zijn smartphone verdwenen was. Datzelfde gold voor de hangjongeren. Een intensieve zoektocht, belpogingen en een gesprek met Franse locals leverden geen telefoon op, dus moest De Vader worden ingelicht. Ik voelde me een beetje schuldig en bood aan om mee te gaan naar het politiebureau.

De volgende ochtend vroeg gingen de jongen, zijn vader en ik naar het bureau. Het kantoor zag er vervallen uit, op het glimmende bord ‘GENDARMERIE’ na. Om het bureau heen stond een hek, dus ik drukte op een bel. Onmiddellijk schalde uit de intercom een soort volkslied, waar we een halve minuut naar moesten luisteren. Toen klonk een chagrijnig ‘oui?’.

Toen klonk een chagrijnig ‘oui?’.

Ik legde uit wat er aan de hand was. De agent had duidelijk geen zin om naar ons toe te komen en zei dat hij eerst allerlei papieren nodig had. Ik dramde door dat we graag even persoonlijk met hem praatten, onder meer door te doen alsof ik hem niet begreep. Toen moest de arme man uit zijn stoel naar ons toe komen.

De deur van het kantoortje vloog open en daar verscheen Meneer Agent in vol ornaat. Dat wil zeggen: in uniform met pet en pistool. Het feit dat hij op z’n elfendertigst naar ons toe sjokte en zijn ogen strak op de grond gericht hield, zei genoeg: meneer had zijn koffie nog niet gehad.

Vader

Hij opende het hek, maar liet ons het gebouw niet in. Hij stelde vragen aan de vader, toen aan de jongen, en tenslotte wendde hij zich toch tot mij. Dat moest wel, want ik was degene die zijn Franse vragen beantwoordde. Opnieuw begon hij over benodigde papieren. Gelukkig was hij te moe voor een discussie en liet hij ons binnen toen hij ons niet weg kreeg.

Binnen moest de vader op een krukje bij de receptie wachten, omdat de jongen meerderjarig was. Ik mocht wel mee om te vertalen, want natuurlijk hoeven agenten geen Engels te praten. Meneer Agent had het heel zwaar, want hij moest voor mij een extra stoel bij zijn bureau zetten. Ik denk dat hij zich een stuk prettiger had gevoeld als hij zijn pistool of op zijn minst zijn pet had afgedaan.

Toen begon de aangifte. ‘Nom? Age? La marque du téléphone? Les jeunes, ils fumaient?’ Hij vond het onuitstaanbaar als we een zin niet begrepen en zijn ergernis kwam duidelijk naar voren in de manier van typen. Met twee vingers ramde hij op het toetsenbord, zodat ook vader bij de receptie kon horen hoe ver we waren. Na twee mislukte printpogingen ondertekenden we het proces-verbaal. Daarna ontdooide de agent een beetje: hij was duidelijk trots op het eindresultaat.

Nou, dat was dat en tot nooit meer ziens, dachten we.

De volgende dag werd de camping gebeld. De animatrice en de jongeman moesten ‘met spoed, zonder enige tijd te verliezen, onmiddellijk’ naar het politiebureau komen. De ‘jongeman’ was toen niet op de camping, dus belden we terug naar de politie. Na het bekende volkslied en de ‘oui?’, bleek dat de ‘met spoed, zonder enige tijd te verliezen, onmiddellijk’ ook kon worden uitgesteld tot na de lunch.

Wonderbaarlijk: toen we na de siësta aanbelden, werd het volkslied al na twee seconden onderbroken door een enthousiaste ‘’allo?’ Ik hoefde amper iets te zeggen of de agent wist wie we waren. De kantoordeur ging open en meneer kwam met beheerste en zelfbewuste passen naar buiten. Opnieuw keek hij ons niet aan, maar nu kreeg ik het idee dat hij zijn glunderende glimlach wilde verbergen.

Dossier

‘Nous sommes très curieux,’ viste ik naar informatie. Hij keek me recht aan met een blik die hij waarschijnlijk hield voor ervaren en professioneel, maar zei niets. We liepen achter zijn verende stappen aan naar binnen. Bij zijn bureau stond de tweede stoel al klaar, samen met uitgeprinte papieren en een gesloten dossier. We gingen alledrie zitten. Zonder iets te zeggen pakte de agent het dossier en opende het. Daarin zat een telefoon met een zwart hoesje. De jongen was zo van zijn stuk gebracht dat het even duurde voor hij zei: ‘Ja! Ja, dat is mijn telefoon!’ De agent zat zelfvoldaan professioneel te zijn en zei nog steeds niets.

Pas toen ik vragen begon te stellen, kwam het verhaal eruit. Blijkbaar was de telefoon diezelfde ochtend ‘gevonden’ bij het gemeentehuis, ongeveer tien minuten lopen van het voetbalterrein. De ‘vinder’ had hem bij het politiebureau ingeleverd. Ik heb geen idee wat er werkelijk is gebeurd, maar het geheugen van de telefoon was leeg en de batterij van het apparaat was meer opgeladen dan de dag ervoor.

Vreugdedans

Toen we het bureau verlieten en de agent nog steeds zijn best deed om professioneel te blijven en geen vreugdedans te doen, kon ik het niet laten. ‘Monsieur, merci merci beaucoup! Le gendarmerie en France, il est vraiment meilleur que le gendarmerie aux Pays-Bas.’ De man ontplofte zowat van trots.



Onze blogger
Liz Zoetekouw

Liz Zoetekouw

Yoooo ik ben Liz en ik ging deze zomer als Rio de Janeiro oftewel Regio-In-Opleiding (de Janeiro) door Frankrijk crossen. Hier ging ik leren hoe ik met boze campingbazen, verdrietige medewerkers en razende wegpiraten moest omgaan, maar ik werd ook als troubleshooter ingezet op een paar campings. Vorige zomer was ik animatrice op Mas de Champel, en ook daar heb ik blogs over geschreven.

Iets voor jou? Check onze laatste vacatures.


Delen maar!