Zon, zingen en nooit meer slippers!

In 2014 door Jette van Bergen Comments

Als er iets is dat ik de afgelopen weken geleerd heb is het wel dat alles went. Bijna zeven weken zit ik al in de Ardèche en ik heb een nieuwe routine gevonden. In het begin dacht ik nog wel eens: thuis zou ik nu aan de thee zitten. Of: thuis zou ik nu nog lang niet naar bed gaan. Al die gedachten zijn nu ver weg, en ik betrapte mijzelf erop dat ik tegen mijn moeder zei toen we samen boodschappen hadden gedaan (toen ze een week op visite kwam) dat ik nu weer naar huis ging. Ik bedoelde natuurlijk mijn tent, maar het rolde als vanzelfsprekend van mijn tong.

Ik heb al weken lang geen blog meer geschreven. Dit was niet omdat ik niets meegemaakt heb in die weken, maar meer omdat het herhalingen waren van de dingen in mijn eerste blogs. Iedere week is voor mij weer anders, maar om dit over te brengen in een blog is toch iets anders. Het blijven miniclubs en sportactiviteiten. Ik zit nu in mijn laatste week en heb besloten om toch nog een blog te schrijven. Het wordt geen weekverslag, maar een kijkje in de vele ups en downs die ik heb meegemaakt hier.

Laat ik beginnen met een van de beste momenten. Ik heb namelijk ondertussen twee keer een spektakel neergezet met de kinderen. Dit houdt in dat ik mij van te voren zo goed mogelijk heb voorbereid om binnen een week aan miniclubs een musical neer te zetten. De eerste keer koos ik voor de Leeuwenkoning. Er waren meer Nederlandse kinderen dan Fransen (wel zo gemakkelijk met uitleggen), en dankzij een brief die ik van te voren verspreid had met wanneer we wat gingen doen waren de kinderen tijdens de meeste repetities aanwezig. In een rap tempo had ik ze vijf nummers en twee vertellerstukjes aangeleerd. Rekening houdend met de verschillende nationaliteiten was de muziek in het Frans maar hoefde ze alleen maar uit te beelden wat ik ze vertelde. Ik probeerde de simpele routines op te leuken met het decor dat we samen maakten. Op de avond van het eerste spektakel ging alles helemaal goed, ondanks dat niet alles zo ging zoals het tijdens de repetities was gegaan. Ik had twee kleine meisjes een Scarmasker opgedaan en die stonden te grommen tegen een veel grotere Simba. En het liefdesliedje van Nala en Simba leek net echt aangezien de twee kleine acteurs elkaar nauwelijks durfde aan te kijken terwijl ze elkaars handen vasthielden. Ik weet zelf nog heel goed hoe ik de eerste keer heb ervaren dat ik voor een publiek moest optreden. (Het sloeg echt nergens op, en ik deed het bijna in mijn broek.) Maar ik weet ook nog heel goed hoe leuk ik het later ben gaan vinden. Voor kleine kinderen is het net zo’n adrenalinerush als bungeejumpen is voor hun ouders. Ik heb mijn best gedaan om mijn enthousiasme over te dragen op die kinderen door zelf lekker gek te doen. De blik op hun gezicht na afloop van het eerste spektakel was dan ook echte up.

Ik verheugde me op mijn tweede spektakel en was op de maandag van de eerste repetitie dan ook erg teleurgesteld dat er maar vijf kinderen kwamen opdagen waarvan eentje die dag al naar huis zou gaan. Tot overmaat van ramp hielden ze niet van de Leeuwenkoning. (Wat ik niet snap…) Om mijn spektakel te redden heb ik er Belle en het Beest van gemaakt. Die avond heb ik alles daarvoor moeten voorbereiden. De dagen daarna kwam ik tot de conclusie dat mijn tweede spektakel nooit zo leuk zou worden als de eerste. De kinderen werkten niet echt mee, en op woensdag kwamen er ineens een stuk of tien bij waardoor ik alles moest aanpassen zodat er meer mensen konden meedoen. Op donderdag was het groepje echter weer veel kleiner. Ik begon me toen wel zorgen te maken over vrijdagavond spektakelavond. Ik realiseerde me dat we slechts tijd hadden om één nummer uit Belle en het Beest af te maken, en besloot kinderen te gaan overhalen om zelf liedjes te zingen tijdens het spektakel. Die vrijdagavond zijn er minstens vijf liedjes uit Frozen gezongen, waarvan twee keer het meest bekende liedje (een keer in het Frans en een keer in het Nederlands). Zelf zong ik ook een liedje samen met een Nederlands meisje. Gelukkig maar dat de ouders het verschrikkelijk schattig vonden en de kinderen het zo naar hun zin hebben gehad. Dat maakt een hoop goed. Ik heb een ramp vermeden en wil het toch een up noemen.

Nog iets dat echt geweldig is als animatrice is het feit dat heel veel kinderen het geweldig vinden als je ‘bonjour’ tegen ze zegt. Zelfs kinderen die nog nooit op de miniclub geweest zijn kennen me en willen even aandacht. Ik heb het ondertussen al vaak meegemaakt dat ik mijn tanden in het toiletgebouw sta te poetsen en dat er een kindje langs de opening komt gelopen en plotseling stopt met lopen om met grote ogen iets tegen me te zeggen. Ik heb ook een rijke verzameling aan persoonlijk voor mij gemaakte loomarmbandjes (en ringen en kettingen). En als ik buiten voor mijn tent zit ben ik ook niet veilig, want dan komen ze een praatje maken. Dan vertellen ze me in het Frans van alles (en zijn ze lichtelijk verontwaardigd dat ik een of andere rapper uit Marseille niet ken). Het leukste vond ik toen een Frans meisje van iemand had geleerd dat ‘au revoir’ in het Nederlands ‘doei’ is en mij dit even kwam vertellen. Verder ben ik meerdere keren het springkussen opgesleurd door een horde lachende kinderen met een dodelijke glans in hun ogen. Hoewel dit extreem schattig en grappig is, was het de volgende dag toch minder leuk als ik wakker werd onder de blauwe plekken. ‘Doucement’ betekend niets meer als kinderen eenmaal op een springkussen zijn.

Een van de minst leuke momenten vind ik die vele keren dat kinderen (en ook ouders) aan wie ik gehecht ben geraakt weer terug naar huis gaan. Ik maak in een korte tijd veel met ze mee. Er komen wel nieuwe kinderen, maar die moet ik dan eerst weer leren kennen. De eerste paar weken is dit leuk, maar er zijn ook momenten geweest dat ik zelf wilde kiezen wie ik leuk genoeg vond om mijn hele verblijf hier naar de miniclub te blijven komen. Zaterdag is de grote wisseldag. Dan lijkt de camping ineens een andere plek vol met nieuwe gezichten, met daardoor ook een andere sfeer dan eerst.

Nog iets dat ik een echte down vind is het feit dat ik nu al dagen met zoveel mogelijk met mijn voet omhoog moet zitten. “Draag niet constant slippers, die zijn heel slecht voor je voeten!” Natuurlijk wist ik dit wel, maar ik had nog nooit in mijn leven een blessure gehad door het dragen van slippers en het is zo lekker makkelijk. Daar denk ik ondertussen wel anders over! Het begon met een beetje pijn in mijn linkervoet waarvan ik dacht dat het vanzelf wel over zou gaan. Jammer genoeg werd het de dagen erop alleen maar erger. Uiteindelijk besloot ik dan toch tegen mijn baas te zeggen dat ik naar de dokter wilde met mijn voet (aangezien ik al twee dagen lang over de camping strompelde). Er bleek een dokter als gast op de camping te zitten en die heeft meteen even gekeken en mij verteld dat het om een ontstoken pees in mijn voorvoet gaat. (Ja, het is net zo pijnlijk als dat het klinkt.) Het voelde alsof mijn voet was doorgezakt, ondanks dat de blessure aan de bovenkant van mijn voet zat. Braaf heb ik vanaf vorige week donderdag mijn medicijnen genomen (waar ik misselijk van werd). Ondertussen kan ik bijna pijnloos lopen, maar ik moet het niet in mijn hoofd halen om te rennen. Dit heb ik vandaag geprobeerd toen twee jongens (broertjes) elkaar bijna te lijf gingen tijdens de één-tegen-één voetbalwedstrijd die mijn voetbalactiviteit van vandaag werd. (Twee vrij gezette broers wilden geen van beide als eerste opgeven en hebben het hele uur lang gespeeld ondanks dat ze na tien minuten eigenlijk al klaar waren om het bijltje er bij neer te gooien.) Lang verhaal kort: ik draag voorlopig geen teenslippers meer.

Kleine ups die echt even genoemd moeten worden:

  • Mijn Team4Animation-vest. Ik heb in dat ding gewoond en geslapen en ga dat ook thuis blijven doen.
  • De hartelijkheid van mijn bazen. Ik had niet beter kunnen treffen.
  • Het weer: overdag lekker warm, maar ’s nachts lekker koud.
  • De pizza’s!

Kleine downs waar ik me aan ben gaan ergeren:

  • De belachelijk hoge prijs van ijs in Frankrijk. Als echte ijsliefhebber kan dit natuurlijk niet.
  • Vreemde beesten in het toiletgebouw (die me natuurlijk komen lastigvallen als ik mijn elektrische vliegenmepper niet bij heb).
  • Een of andere Fransman die met een raar accent sprak en vervolgens geërgerd tegen mij ging doen dat ik hem niet snapte.
  • De muren van mijn tent zijn te dun om ongehoord/ongestoord te kunnen zingen.

Vraag aan mezelf: hoe krijg je het in godsnaam voor elkaar om zoveel geld uit te geven in een regio waar de dichtstbijzijnde winkel drie kilometer verderop zit en je altijd moet meerijden met iemand om er te komen?! (Het is maar goed dat ik 1 september nog een maand uitbetaald krijg…)Van te voren is me gezegd dat dit best wel eens de zomer van mijn leven zou kunnen worden. Ik heb me zeker vermaakt en een hoop bijgeleerd. Over vijftig zomers zal ik er nog eens op terug komen in hoeverre dit nou de zomer van mijn leven was.

Maandag de 25e pak ik de TGV terug naar huis en heb ik nog een kort weekje om bij te komen, uit te pakken en voor te bereiden op het begin van mijn studie op 1 september.

 



Onze blogger
Jette van Bergen

Jette van Bergen

Salut, je m’appelle Jette. Ik studeer en woon in Nijmegen en ga als enige animatrice aan de slag op camping Robinson aan de Middellandse Zee.

Iets voor jou? Check onze laatste vacatures.


Delen maar!