vos met sigaar

Taalblunders: Rokende vossen en pratende honden

In Over Frankrijk door Liz Zoetekouw Comments

Zeker de eerste paar weken was dat Frans best moeilijk. Het snelle geratel, de weidse gebaren, maar vooral mijn woordenschat vormde een belemmering. Hier een opsomming van mijn vier grootste taalfouten.

1. Het coole dialect

Blijkbaar spreek ik Frans als een rijke, nette oma uit Noord-Frankrijk.

  • Alle coole Franse jongeren spreken namelijk een andere taal; verlan. Daarin draaien ze letters om: “n’importe quoi” wordt bijvoorbeeld “portna wak”.
  • Ook zijn afkortingen hip: zeg “bon ap” in plaats van “bon appétit”.
  • Daarnaast werd het een soort standaardgrap om tegen mij “ce n’est pas grave” te zeggen. Eerst dacht ik dat dat kwam doordat ik het zo vaak zei, maar blijkbaar is het vreemd dat ik iedere lettergreep uitspreek. Het is veel cooler om “pas grave” te zeggen.
  • Tenslotte heb ik een snelcursus zuidelijk accent gekregen. Collega’s vonden dat nodig toen ze hun zinnen moesten herhalen zonder dialect. “Demain” is “demee”, “roooose” is “ros”.

2. De verdrietige clown

Verschrikkelijk moeilijk is het werkwoord “manquer”, dat “missen” betekent. En dat is jammer, omdat je nogal vaak mensen mist als campinggasten en collega’s steeds weggaan.

Het moeilijke is dat je bij dit werkwoord het onderwerp en het lijdend voorwerp moet omdraaien. Dus als ik zeg “ik mis je” dan zeg ik: “tu me manque”. Oké, dat is duidelijk. Maar nu een stapje verder:

  • Hij gaat je missen = Tu vas le manquer
  • Jij gaat hem missen = Il va te manquer

Dit ziet er zo raar uit! Geen wonder dat ik op de golfkar, door een megafoon, aan de Franse gasten heb verteld dat de clown hun die avond echt niet mag missen.

3. Een rokende vos

Mijn collega’s van de bediening spraken al een week over een vos. Ik begreep niet letterlijk elk woord van het gesprek, maar hij was blijkbaar heel vervelend. “Le renard” at heel veel en “le renard” stonk altijd.

Ik liet ze maar wat klagen, tot ik opeens opving dat “le renard terrible avec le cigare” er weer was. Huh, een rokende vos? Dus ik vroeg wat ze bedoelden met “vos”: misschien was het een uitdrukking?

Toen bleek dat ze de hele week “connard” hadden gezegd.

4. Hij is een hond

In de bediening werkte een stelletje, dat nogal vaak ruzie had. Niet dat het ernstig was: zij negeerde hem dan een kwartier, en daarna was het weer oké.

Ik werd dan bij het gesprek betrokken. Zo vroeg zij mij vaak of ik hem ook een hond vond: “Il est un chien, hein?” Meestal lachte ik dat weg, maar op een keer reageerde ik maar bevestigend. Ja, hij was echt een hond.

De vijf weken die volgden is hij door iedereen hond genoemd, oeps. Blijkbaar zei ze “il est méchant, hein?”



Onze blogger
Liz Zoetekouw

Liz Zoetekouw

Yoooo ik ben Liz en ik ging deze zomer als Rio de Janeiro oftewel Regio-In-Opleiding (de Janeiro) door Frankrijk crossen. Hier ging ik leren hoe ik met boze campingbazen, verdrietige medewerkers en razende wegpiraten moest omgaan, maar ik werd ook als troubleshooter ingezet op een paar campings. Vorige zomer was ik animatrice op Mas de Champel, en ook daar heb ik blogs over geschreven.

Iets voor jou? Check onze laatste vacatures.


Delen maar!