stacaravan op de camping

Haastige spoed en de uitzondering op die regel

In 2014 door Manon Luinenburg Comments

Zo, daar zit ik dan. In mijn eigen stacaravan in Frankrijk. Heel vreemd. Iets meer dan een week geleden was ik nog volledig gefocust op mijn scriptie afkrijgen en dan zit ik nu ineens in Frankrijk. Van tevoren leverde dat qua voorbereidingen nog wel wat stress op. Ik moest nog aardig wat spullen kopen, van heel veel mensen afscheid nemen en allemaal laatste dingetjes afhandelen. En dan ook nog mijn koffer inpakken. Dat laatste was dus echt een ramp. Eerst hield ik mezelf voor dat die enorme stapel in mijn koffer kleiner zou zijn, kwestie van perspectief. Nou mooi niet dus. Die enorme stapel leek in mijn koffer net zo groot. Misschien nog wel groter. Na vier keer opnieuw inpakken, flink wat geweld gebruiken, gefrustreerd tegen de koffer praten en er vervolgens op zitten om hem dicht te krijgen, had ik eindelijk gewonnen. Dacht ik. Bleek dat ik iets in had gepakt wat ik de volgende dag nodig had. Hij kon dus weer open. Ik had het ook nog zo fantastisch ingepakt dat de hele koffer leeg moest om het eruit te halen. Grr. Uiteindelijk was het dan toch gelukt. Daarna moest ik nog wat commissiewerk afronden en toen ging ik veel later dan gepland naar bed. Voor de zekerheid zette ik maar drie wekkers. Stel je voor dat ik me zou verslapen.

Wat dus exact was wat ik deed. Ja. Dat meen ik dus echt. Ik zou de trein van 9.03 naar centraal moeten hebben. Dat was het plan. Maar om 9 uur werd ik wakker van een smsje van Julia (een goede vriendin). Ze stond al op centraal om me uit te zwaaien voor de trein van 9.18 naar Roosendaal. Shit! Dus ik ren rond in mijn kamer, terwijl ik mezelf snel probeer om te kleden, mijn eten uit de koelkast vis, en voor de rest alles wat ik nog mee moet nemen in een plastic zak prop. De trein van 9.03 naar centraal ging ik nevernooit meer halen, maar met een beetje geluk kon ik een bus naar centraal pakken. Daar hoopte ik dan maar op. Anders had ik een probleem. Uiteindelijk stond ik buiten. Bleek dat ik mijn huissleutel vergeten was af te geven aan mijn huisgenootje. Waah. Dus weer snel naar boven rennen om de sleutel in haar postvakje te proppen, waarna ik een sprintje trok naar de bushalte. Zo ver dat kan dan met een te zware koffer, een rugzak en een volle plastic zak. Nog geen minuut later stond er een bus. Yes! Het kon dus nog! Werd de bus bestuurd door iemand die voor de veiligheid maar heel erg langzaam ging rijden. Handig. Stel je voor dat iemand zijn trein zou moeten halen…

Even gebeld naar Julia, dat ik er wel aan kwam, maar nou ja iéts later dan gepland. De chauffeur parkeerde ondertussen tergend traag op centraal. Ik had door dit grapje welgeteld nog drie minuten om het perron over te steken en mijn trein te halen. Opnieuw gerend als een malle, terwijl ik mezelf nogmaals vervloekte. Julia rende alvast vooruit om tijd te rekken bij de machinist. Uiteindelijk kon ik mezelf hijgend en puffend de trein in hijsen. Heel kort afscheid genomen van Julia en toen vertrok de trein al naar Roosendaal. Daar moest ik dan overstappen op de trein naar Brussel. Bij de overstap in Roosendaal kwam ik een vriend tegen die ook op weg bleek te zijn naar Brussel. In Brussel namen we afscheid (nu moest hij rennen voor zijn trein) en ik vervolgde mijn reis naar Parijs.

Mijn zitplek in de Thalys was zo gevonden, al bleek mijn koffer een ramp te zijn. Het schap voor koffers in de Thalys is gebouwd voor koffers van sterke en vooral lange mensen, geloof ik. Nou voldoe ik helaas niet aan die beschrijving, maar gelukkig kreeg ik een beetje hulp van een Fransman die me wat meewarig aan zat te kijken. Het liefst wilde ik uitleggen dat al die spullen voor zeven weken waren. Zeven dus hè. En dat ik echt niet meer had meegenomen dan nodig. Maar ja, dat is misschien niet het beste gesprek dat je voert in een overvol gangpad waarbij iedereen wacht tot jij die te zware koffer in het schap boven je hoofd hebt gepropt. Toen we arriveerden in Parijs moest ik op eigen kracht mijn koffer uit het schap trekken. Niet dat ik de kracht had om hem op te vangen overigens. Hij stuiterde op de stoel eronder, maar daar zat niemand, dus dat was niet zo erg.

Vervolgens begon de zoektocht naar de RER, de metro dus. Even inlichtingen gevraagd (in het Frans, ik ben trots) en toen kon de zoektocht beginnen. Best tevreden met mezelf stond ik daar uiteindelijk. Alles ging gesmeerd! Even snel rekenen in mijn hoofd om te bedenken of het me allemaal ging lukken, maar ik zag er daardoor blijkbaar een beetje panisch uit.  Zo panisch dat een man naast me dacht dat ik hulp nodig had. Deze aardige man (die bovendien heel goed Engels sprak) beschouwde het vervolgens als zijn plicht om mij naar mijn volgende trein te loodsen en me wisselend in het Frans en in het Engels uit te leggen hoe het metrosysteem werkte.  Bovendien vertelde hij me dat hij politieagent was (even voor de duidelijkheid: hij was nu in burger). Dat was bij de metropoortjes wel tof: ik hoefde geen ticket te laten zien, maar we namen de speciale ingang, waarna we een aantal andere zwaar bewapende beveiligingsmensen tegenkwamen. Dit bleken collega’s te zijn van de man en dat is dan ook de reden dat ik vervolgens in een gezelschap van vijf agenten naar de roltrappen werd geëscorteerd (hoe gaaf is dat?!).

Met de hulp van de agenten was ik op tijd in de TGV. Mijn stoel was alleen ingepikt door iemand, dus ik ben maar een andere plek gaan zoeken. Bij de bagageruimte (ze hadden nu ook schappen op een minder hoge hoogte, zie het kan dus wel!) waren er opklapstoeltjes waar ik maar ben gaan zitten. Best prima voor elkaar, al met al. Naast mij zat een aardige Fransman die een gesprek met me begon. Eerst in het Frans, maar ook hij schakelde vrij snel over op Engels. We bleven overigens van talen wisselen, aangezien hij Engels best moeilijk vond en ik hetzelfde had bij het Frans. Al snel kregen we gezelschap van nog een Fransman die bijzonder snel in het Frans tegen me begon te praten en me vragen stelde over de eerste bewoners van Nederland na de Middeleeuwen. Ehm. Ja. We hebben het verder nog gehad over het WK, architectuur en de Nederlandse taal (ze waren erg verbaasd dat we de meeste Nederlanders de  laatste ‘n’ van Nijmegen niet uitspreken). Dat zijn dus geen gesprekken die je op de middelbare leert voeren, maar ja.. lekker improviseren dan maar.

Uiteindelijk namen we in Dijon afscheid van elkaar. Ondertussen was het plus dertig graden en ik sjouwde rond  op het station op zoek naar iemand van de camping die me op kwam halen. Even ontstond er een misverstand toen er een man vragend naar me keek en ik naar hem. Hij moest blijkbaar iemand ophalen en ik wachtte op iemand. Zowel hij als ik wisten niet op wie we nu wachtten. Hij begon mijn koffer al in de auto te stouwen, maar na even gepraat te hebben, kwamen we er al snel achter dat het een mismatch was. Dus ik weer terug naar de stationshal en wachten.

Op een gegeven moment kwam er een man naar me toe die direct vrolijk begon te babbelen over mijn oranje en blauwe shirt. Yes! Dit keer wel raak. Hij stelde me voor aan zijn vrouw en babyzoontje en we vervolgden onze weg naar de auto. De eigenaars kwamen heel lief over, tegen elkaar ratelen ze trouwens in het Frans, maar tegen mij gaat het tempo wat omlaag, gelukkig! Na een uur rijden kwamen we uiteindelijk aan bij de camping. En hier zit ik dan nu op camping l’Etang de Fouché. In een stacaravan die groter is dan mijn studentenkamer met een heerlijk ruime woonkamer (en helemaal voor mezelf!). Redelijk luxe kamperen dit. Ondertussen heb ik alles uitgepakt en een plekje gegeven. Morgen maar eens kijken waar ik wat eten kan scoren. En kijken hoe alles eruit ziet. En nadenken over een planning, want ik begin zaterdag dus officieel. Ik ben benieuwd!

 



Onze blogger
Manon Luinenburg

Manon Luinenburg

Salut, je m’appelle Manon en ik kom uit Nijmegen. Mijn koffer staat klaar voor een top zomer op camping Etang de Fouché in La France.

Iets voor jou? Check onze laatste vacatures.


Delen maar!